In West-Jeruzalem werd de week zoals gewoonlijk begonnen. Winkels openden hun deuren na de shabbat en mensen begaven zich naar hun werk. Ook hier onder het toezicht van meer soldaten dan gewoonlijk, met name in het centrum en de aan Oost grenzende ultra-orthodoxe wijk Mea Shearim.
Vanaf 1 oktober 2008 delen 6 Palestijnse en 6 Israelische jongeren hun leven op http://www.holyswitch.nl/. Zij hebben ervoor gekozen om samen met 'de ander' iets op te bouwen en hun belevenissen en gedachten met elkaar en met de bezoekers van de site te delen. De bezoeker krijgt de kans om het leven met het conflict in Israel en de Palestijnse gebieden (the holy land) van beide kanten te horen en van perspectief te wisselen (switch). Ik werk de eerste zes maanden samen met de jongeren aan de invulling van de site. Op deze blog schrijf ik over mijn ervaringen.
maandag 29 december 2008
closed for war
De winkels bleven gesloten in Jeruzalem's oude stad en Oost op zondag. Ook in Bethlehem staakten winkeleigenaars in protest tegen de aanval op Gaza. Terwijl de duizenden pilgrims vertrokken ging de kerstverlichting uit. Op straat stonden mensen in kleine groepjes bij elkaar, onder het toeziend oog van soldaten en agenten. In Oost-Jeruzalem protesteerden enkele tientallen jongens tegen hun bezetter door stenen te gooien naar agenten en politievoertuigen. De geplande vakantie-activiteiten van Palestijnse scholieren en studenten gaan voorlopig niet door; het is niet het moment voor feestjes en ook sporttoernooien worden afgelast.
In West-Jeruzalem werd de week zoals gewoonlijk begonnen. Winkels openden hun deuren na de shabbat en mensen begaven zich naar hun werk. Ook hier onder het toezicht van meer soldaten dan gewoonlijk, met name in het centrum en de aan Oost grenzende ultra-orthodoxe wijk Mea Shearim.

In West-Jeruzalem werd de week zoals gewoonlijk begonnen. Winkels openden hun deuren na de shabbat en mensen begaven zich naar hun werk. Ook hier onder het toezicht van meer soldaten dan gewoonlijk, met name in het centrum en de aan Oost grenzende ultra-orthodoxe wijk Mea Shearim.
zondag 28 december 2008
27-12-2008
Ik was van plan om een post over kerst in Bethlehem te doen, maar sinds duizenden pilgrims en Palestijnen, de patriarch en de president in de Geboortekerk bijeenkwamen om tijdens de kerstnachtmis te bidden voor vrede, zijn er honderden doden en gewonden gevallen in een aanval van Israel op de Gaza-strook.
Zoals elke zaterdag was ik in Bethlehem aan het werk met een groep jongeren van rond de 16 jaar. We hebben onlangs een voorstel ingestuurd voor een bijdrage aan het Youth Producing Change programma van het Human Rights International Film Festival en hierop een uitnodiging ontvangen om de film in te sturen, dus we zijn druk bezig om alles op tijd klaar te hebben. Ik ben samen met drie van de jongeren het script aan het uitwerken, als de onderdirecteur binnenkomt en ons vraagt of we het al gehoord hebben van Gaza. We hebben nog niets gehoord, het is tegen half één en Israels aanval heeft net plaatsgevonden. Vijf minuten later krijg ik een gealarmeerd telefoontje uit Nederland.
Ik ben erg geschrokken en blij dat het tijd is voor de lunch, terwijl de jongeren vrolijk kletsend hun broodjes felafel naar binnen werken neem ik die van mij mee naar de computer om het nieuws te bekijken. Het zevenjarige zoontje van de technicus heeft ook besloten in de computerrruimte te blijven, hij is net door naar het volgende level in de meest realistische en gewelddadige oorlogsgame die ik ooit gezien heb.
Na de lunch moet het script nog afgemaakt worden. Het thema van de korte film is immigratie en ik vraag de jongeren of ze nog redenen weten te noemen om uit Palestina te vertrekken. ‘Misschien om filmster te worden’, stelt Jeries voor. Zijn neef Jack gaat over in het Arabisch om de anderen zijn ideeen voor te leggen. Sandy vertaalt voor me: ‘Ja, om filmster te worden, maar dan in het verhaal raakt hij al zijn geld kwijt aan auto’s, drank en vrouwen en wordt hij alleen maar ongelukkiger’. Ik kijk de anderen nogmaals vragend aan, ‘Denken jullie echt dat dit realistisch genoeg is? We zouden een soort nep-documentaire maken he’. ‘Ja, natuurlijk’, zegt Jeries. ‘Het is mijn droom om naar Amerika te gaan en filmster te worden, maar ik heb gehoord wat daar de gevaren zijn.’
Als we om drie uur klaar zijn loop ik nog even naar het kantoor van de onderdirecteur. We raken aan de praat over wat er zojuist gebeurd is en hij raakt erg geëmotioneerd. Deze keer ga ik er niet tegen in als hij zegt dat het niemand wat kan schelen wat er met de Palestijnen gebeurd, dat Israel duidelijk de bron van alle kwaad is en dat de hele wereld maar toekijkt. Ik wens hem veel sterkte en loop naar de geboortekerk om vanaf daar een service (gedeelde taxi) naar het naast Bethlehem gelegen Beit Sahour te nemen. Ik heb met de Noorse Birgitte afgesproken om de muur in het peperkoeken schaalmodel van bezet Bethlehem weg te eten. Ondertussen zappen we tussen BBC World, Al Jazeera en CNN en ergeren we ons aan de pro-Israëlische uitlatingen van de Amerikaanse politici en verslaggevers. Terwijl onder in beeld het aantal Palestijnse slachtoffers oploopt tot boven de 200, roept een vertegenwoordiger van het Witte Huis (Bush heeft kerstvakantie wordt erbij gezegd) Hamas op om te stoppen met de raketten die zij de afgelopen weken afvuurt op Israel. Deze raketten hebben 1 dode opgeleverd, na de aanslag van Israel. De rest heeft niets anders getroffen dan woestijnzand.
’s Avonds heb ik nog een Hanukkah-diner in Jeruzalem. Birgitte zou meegaan maar besluit in Beit Sahour te blijven, in de Westoever voelt ze zich veiliger nu Hamas heeft opgeroepen tot vergeldingsaanslagen. Israel richt zich tot Hamas en dat is in de Gaza-strook geconcentreerd, dus hoewel de spanning in de door Fatah bestuurde Westoever oploopt, is zeker het slaperige Beit Sahour nu geen gekke plek om te zijn. Ik bel mijn Palestijnse collega die ook naar het diner zou gaan. Ze woont in Bethlehem maar werkt in Jeruzalem en heeft de mogelijkheid om voorbij het checkpoint te gaan omdat ze in Jeruzalem geboren is en daar nog steeds ingeschreven staat. Het diner slaat ze over, ze blijft liever binnen en heeft niet zo’n zin om op Israelische grond een Joods feestje bij te wonen. Het duurt deze keer even voordat ik een service aan kan houden. De straatverlichting is uit en ik val blijkbaar niet op in mijn donkere spijkerbroek en zwarte leren jack. Als ik eenmaal in één van de kleine oranje busjes zit meng ik me meteen in het gesprek van de andere inzittenden. Drie gepensioneerde vrijwilligers uit Nieuw-Zeeland vertellen me dat ze nu bijna thuis zijn, maar er vier uur over hebben gedaan om vanuit Ramallah naar Bethlehem te komen. Bijna alle checkpoints in de Westoever zijn nu gesloten en ze hebben net zolang verschillende checkpoints afgereden totdat ze ergens doorgang vonden. De andere inzittende was een jonge Jordanier die zijn huis in het Noorden van de Westoever niet meer kon bereiken en nu op weg was naar Hebron om bij een vriend te overnachten. Hebron is al maanden onrustig door geweld tussen Joodse kolonisten en Palestijnen en ik heb net in het nieuws gezien dat de gebeurtenissen in Gaza weer tot nieuwe confrontaties tussen deze groepen leidden. In de straten die ik herkende als de rand van het oude centrum, werd geschoten en met stenen gegooid. Ik waarschuw de man en wens ook hem veel sterkte.
Terwijl we Bethlehem binnenrijden zie ik dat het hier nog rustig is, erg rustig met weinig mensen op straat op soldaten na. Hun voertuigen staan in een lange rij geparkeerd aan de kant van de weg. Ik moet hier overstappen op een Arabische lijnbus naar Jeruzalem. Deze rijden tot zeven uur en normaal gesproken zit de laatste bus helemaal vol, maar nu ben ik één van de vier inzittenden. Naast me zit een jong stel waarvan het meisje giechelend haar iD-kaart geeft aan de Israelische soldaat die bij het checkpoint de bus binnenstapt. Er staat een lange rij auto’s bij het checkpoint en de controle is strenger dan normaal. Normaal gesproken hoef ik maar met mijn rode paspoortboekje te zwaaien om doorgelaten te worden, maar nu wordt er geïnformeerd naar mijn reden van verblijf en de verlenging van mijn visa. Net als we Jeruzalem binnenrijden belt mijn Palestijnse collega om te vragen of alles goed is gegaan. Ze heeft gehoord dat er bij het andere checkpoint gedemonstreerd wordt en er gas tegen de demonstranten is ingezet.
Als ik uitstap loop ik het laatste stuk naar het appartement van mijn Israelische collega. De shabbat is voorbij dus ik zou hiervoor een Israelische bus kunnen pakken die net weer zijn gaan rijden, maar Hamas’ oproep tot zelfmoordaanslagen is een goede stimulans voor wat beweging en frisse lucht.
De blasé houding van de meeste Israeli’s tijdens het diner verbaast me niet. De afgelopen drie maanden heb ik weinig echte gesprekken gevoerd met Israeli’s over het conflict. Ik word als nieuwkomer niet echt als serieuze gesprekspartner hierin beschouwd; ze hebben alles gezien en raken nergens meer van onder de indruk. Als het onderwerp vanavond voorbijkomt gaat het over de vrienden en kennissen die plotseling zijn opgeroepen door het leger om zich richting Gaza te begeven, niet over de honderden Palestijnse doden. Mijn collega vertelt me dat ze aan het werk was in haar tweede baan als gids toen het nieuws via telefoontjes binnenkwam bij de groep Israeli’s die ze rondleidde door Jeruzalem’s oude stad. Twee deelnemers moesten afhaken om hun legerverplichtingen te vervullen. Eén van hen ruziede nog even met zijn vrouw in het bijzijn van de rest van de groep of hij wel of niet thuis zou slapen.
Net voordat ik een lift naar huis krijg, raak ik nog met een vriend van mijn collega in gesprek. Ik heb hem één keer eerder ontmoet en hem toen nauwelijks gesproken, maar hij vraagt me nu naar mijn visie op de situatie als buitenlander. Ik antwoord dat ik na drie maanden hier niet in de positie ben om oordelen te vellen, maar dat ik wel kan zeggen wat ik zie en dat ik de Palestijnen enorm zie lijden onder de bezetting, terwijl in Israel het normale leven doorgaat. Ik zeg ook dat ik geshockeerd was door de reactie van het Witte Huis en internationale media die Hamas als provocator aanwijzen en aanspreken op haar terroristische daden, terwijl er geen twijfel over kan bestaan dat Israel vandaag de grote schuldige en agressor is, met honderden doden en gewonden als gevolg. Mijn gesprekspartner antwoordt dat ik misschien beperkte kennis heb door mijn korte verblijf hier, maar dat hij gehinderd wordt door het feit dat hij alles maar van één kant kan zien. Zijn enige bezoeken aan de Palestijnse gebieden waren in zijn tijd in het leger. Israeli’s en Palestijnen mogen niet - zonder moeilijk te krijgen permit - op elkaars grondgebied komen en dat brengt ons internationals in de unieke positie om het conflict met eigen ogen van twee kanten te zien. Zolang ik hier nog ben zal ik regelmatig met deze blik over de ontwikkelingen berichten.
JoyceVanuitJeruzalem
Zoals elke zaterdag was ik in Bethlehem aan het werk met een groep jongeren van rond de 16 jaar. We hebben onlangs een voorstel ingestuurd voor een bijdrage aan het Youth Producing Change programma van het Human Rights International Film Festival en hierop een uitnodiging ontvangen om de film in te sturen, dus we zijn druk bezig om alles op tijd klaar te hebben. Ik ben samen met drie van de jongeren het script aan het uitwerken, als de onderdirecteur binnenkomt en ons vraagt of we het al gehoord hebben van Gaza. We hebben nog niets gehoord, het is tegen half één en Israels aanval heeft net plaatsgevonden. Vijf minuten later krijg ik een gealarmeerd telefoontje uit Nederland.
Ik ben erg geschrokken en blij dat het tijd is voor de lunch, terwijl de jongeren vrolijk kletsend hun broodjes felafel naar binnen werken neem ik die van mij mee naar de computer om het nieuws te bekijken. Het zevenjarige zoontje van de technicus heeft ook besloten in de computerrruimte te blijven, hij is net door naar het volgende level in de meest realistische en gewelddadige oorlogsgame die ik ooit gezien heb.
Na de lunch moet het script nog afgemaakt worden. Het thema van de korte film is immigratie en ik vraag de jongeren of ze nog redenen weten te noemen om uit Palestina te vertrekken. ‘Misschien om filmster te worden’, stelt Jeries voor. Zijn neef Jack gaat over in het Arabisch om de anderen zijn ideeen voor te leggen. Sandy vertaalt voor me: ‘Ja, om filmster te worden, maar dan in het verhaal raakt hij al zijn geld kwijt aan auto’s, drank en vrouwen en wordt hij alleen maar ongelukkiger’. Ik kijk de anderen nogmaals vragend aan, ‘Denken jullie echt dat dit realistisch genoeg is? We zouden een soort nep-documentaire maken he’. ‘Ja, natuurlijk’, zegt Jeries. ‘Het is mijn droom om naar Amerika te gaan en filmster te worden, maar ik heb gehoord wat daar de gevaren zijn.’
Als we om drie uur klaar zijn loop ik nog even naar het kantoor van de onderdirecteur. We raken aan de praat over wat er zojuist gebeurd is en hij raakt erg geëmotioneerd. Deze keer ga ik er niet tegen in als hij zegt dat het niemand wat kan schelen wat er met de Palestijnen gebeurd, dat Israel duidelijk de bron van alle kwaad is en dat de hele wereld maar toekijkt. Ik wens hem veel sterkte en loop naar de geboortekerk om vanaf daar een service (gedeelde taxi) naar het naast Bethlehem gelegen Beit Sahour te nemen. Ik heb met de Noorse Birgitte afgesproken om de muur in het peperkoeken schaalmodel van bezet Bethlehem weg te eten. Ondertussen zappen we tussen BBC World, Al Jazeera en CNN en ergeren we ons aan de pro-Israëlische uitlatingen van de Amerikaanse politici en verslaggevers. Terwijl onder in beeld het aantal Palestijnse slachtoffers oploopt tot boven de 200, roept een vertegenwoordiger van het Witte Huis (Bush heeft kerstvakantie wordt erbij gezegd) Hamas op om te stoppen met de raketten die zij de afgelopen weken afvuurt op Israel. Deze raketten hebben 1 dode opgeleverd, na de aanslag van Israel. De rest heeft niets anders getroffen dan woestijnzand.
’s Avonds heb ik nog een Hanukkah-diner in Jeruzalem. Birgitte zou meegaan maar besluit in Beit Sahour te blijven, in de Westoever voelt ze zich veiliger nu Hamas heeft opgeroepen tot vergeldingsaanslagen. Israel richt zich tot Hamas en dat is in de Gaza-strook geconcentreerd, dus hoewel de spanning in de door Fatah bestuurde Westoever oploopt, is zeker het slaperige Beit Sahour nu geen gekke plek om te zijn. Ik bel mijn Palestijnse collega die ook naar het diner zou gaan. Ze woont in Bethlehem maar werkt in Jeruzalem en heeft de mogelijkheid om voorbij het checkpoint te gaan omdat ze in Jeruzalem geboren is en daar nog steeds ingeschreven staat. Het diner slaat ze over, ze blijft liever binnen en heeft niet zo’n zin om op Israelische grond een Joods feestje bij te wonen. Het duurt deze keer even voordat ik een service aan kan houden. De straatverlichting is uit en ik val blijkbaar niet op in mijn donkere spijkerbroek en zwarte leren jack. Als ik eenmaal in één van de kleine oranje busjes zit meng ik me meteen in het gesprek van de andere inzittenden. Drie gepensioneerde vrijwilligers uit Nieuw-Zeeland vertellen me dat ze nu bijna thuis zijn, maar er vier uur over hebben gedaan om vanuit Ramallah naar Bethlehem te komen. Bijna alle checkpoints in de Westoever zijn nu gesloten en ze hebben net zolang verschillende checkpoints afgereden totdat ze ergens doorgang vonden. De andere inzittende was een jonge Jordanier die zijn huis in het Noorden van de Westoever niet meer kon bereiken en nu op weg was naar Hebron om bij een vriend te overnachten. Hebron is al maanden onrustig door geweld tussen Joodse kolonisten en Palestijnen en ik heb net in het nieuws gezien dat de gebeurtenissen in Gaza weer tot nieuwe confrontaties tussen deze groepen leidden. In de straten die ik herkende als de rand van het oude centrum, werd geschoten en met stenen gegooid. Ik waarschuw de man en wens ook hem veel sterkte.
Terwijl we Bethlehem binnenrijden zie ik dat het hier nog rustig is, erg rustig met weinig mensen op straat op soldaten na. Hun voertuigen staan in een lange rij geparkeerd aan de kant van de weg. Ik moet hier overstappen op een Arabische lijnbus naar Jeruzalem. Deze rijden tot zeven uur en normaal gesproken zit de laatste bus helemaal vol, maar nu ben ik één van de vier inzittenden. Naast me zit een jong stel waarvan het meisje giechelend haar iD-kaart geeft aan de Israelische soldaat die bij het checkpoint de bus binnenstapt. Er staat een lange rij auto’s bij het checkpoint en de controle is strenger dan normaal. Normaal gesproken hoef ik maar met mijn rode paspoortboekje te zwaaien om doorgelaten te worden, maar nu wordt er geïnformeerd naar mijn reden van verblijf en de verlenging van mijn visa. Net als we Jeruzalem binnenrijden belt mijn Palestijnse collega om te vragen of alles goed is gegaan. Ze heeft gehoord dat er bij het andere checkpoint gedemonstreerd wordt en er gas tegen de demonstranten is ingezet.
Als ik uitstap loop ik het laatste stuk naar het appartement van mijn Israelische collega. De shabbat is voorbij dus ik zou hiervoor een Israelische bus kunnen pakken die net weer zijn gaan rijden, maar Hamas’ oproep tot zelfmoordaanslagen is een goede stimulans voor wat beweging en frisse lucht.
De blasé houding van de meeste Israeli’s tijdens het diner verbaast me niet. De afgelopen drie maanden heb ik weinig echte gesprekken gevoerd met Israeli’s over het conflict. Ik word als nieuwkomer niet echt als serieuze gesprekspartner hierin beschouwd; ze hebben alles gezien en raken nergens meer van onder de indruk. Als het onderwerp vanavond voorbijkomt gaat het over de vrienden en kennissen die plotseling zijn opgeroepen door het leger om zich richting Gaza te begeven, niet over de honderden Palestijnse doden. Mijn collega vertelt me dat ze aan het werk was in haar tweede baan als gids toen het nieuws via telefoontjes binnenkwam bij de groep Israeli’s die ze rondleidde door Jeruzalem’s oude stad. Twee deelnemers moesten afhaken om hun legerverplichtingen te vervullen. Eén van hen ruziede nog even met zijn vrouw in het bijzijn van de rest van de groep of hij wel of niet thuis zou slapen.
Net voordat ik een lift naar huis krijg, raak ik nog met een vriend van mijn collega in gesprek. Ik heb hem één keer eerder ontmoet en hem toen nauwelijks gesproken, maar hij vraagt me nu naar mijn visie op de situatie als buitenlander. Ik antwoord dat ik na drie maanden hier niet in de positie ben om oordelen te vellen, maar dat ik wel kan zeggen wat ik zie en dat ik de Palestijnen enorm zie lijden onder de bezetting, terwijl in Israel het normale leven doorgaat. Ik zeg ook dat ik geshockeerd was door de reactie van het Witte Huis en internationale media die Hamas als provocator aanwijzen en aanspreken op haar terroristische daden, terwijl er geen twijfel over kan bestaan dat Israel vandaag de grote schuldige en agressor is, met honderden doden en gewonden als gevolg. Mijn gesprekspartner antwoordt dat ik misschien beperkte kennis heb door mijn korte verblijf hier, maar dat hij gehinderd wordt door het feit dat hij alles maar van één kant kan zien. Zijn enige bezoeken aan de Palestijnse gebieden waren in zijn tijd in het leger. Israeli’s en Palestijnen mogen niet - zonder moeilijk te krijgen permit - op elkaars grondgebied komen en dat brengt ons internationals in de unieke positie om het conflict met eigen ogen van twee kanten te zien. Zolang ik hier nog ben zal ik regelmatig met deze blik over de ontwikkelingen berichten.
JoyceVanuitJeruzalem
maandag 22 december 2008
donderdag 27 november 2008
Nachla'ot
Ik woon in het Lombok van Jeruzalem, Nacha'ot. De wijk was een aantal jaar terug ernstig vervallen en werd vooral bewoond door grote en arme gezinnen orthodoxe Joden, maar daar kwamen de kunstenaars en hun hippe aanhang. Nu zijn veel van de oude huisjes enthousiast beschilderd en omgetoverd tot galerieen en cafés. Als je de hoofdstraten echter verlaat, kom je nog in de oude afgesloten buurten terecht, waarin het leven van de orthodoxe bewoners zich rondom de binnenplaats afspeelt. Vanochtend ben ik op pad gegaan met mijn camera.
vrijdag 21 november 2008
olijvenpluk
Voordat de echte olijvenkenner me betrapt zal ik zelf maar toegeven dat ik met deze post een beetje achter de feiten aan loop. Olijven worden in oktober geoogst en iedereen is inmiddels wel uitgeplukt.
Drie weken geleden echter, stonden de olijfgaarden nog vol plukkers en de kranten vol verhalen erover. Strijd over grondgebied betekent ook strijd over de bomen die op deze grond groeien. Elk jaar gaat de oogst hierdoor samen met confrontaties tussen Palestijnen, kolonisten en het Israelische leger. De YMCA organiseert al een aantal jaar reizen waarbij internationals een paar weken de Palestijnen komen helpen oogsten. Naast gratis arbeidskracht bieden deze internationals ook bescherming (in ieder geval geval tegen het leger, kolonisten maken zich minder druk om de media-aandacht die geweld tegen internationals oproept).
Twee Noorse meisjes die ik hier heb leren kennen waren betrokken bij de organisatie van de olijvencampagne van YMCA en nodigden me uit om een dag mee te gaan. Die dag verliep zo:



We mogen doorgaan, onder het toeziend oog van het leger. We vinden echter geen olijven waarvoor een aantal mogelijke oorzaken zijn: schapen van de kolonisten die op dit land grazen hebben de olijven opgegeten; de kolonisten zijn ons voorgeweest; de oogst was sowieso al minimaal omdat de boer zelden zijn land mag betreden om de bomen te onderhouden. Omdat er niets te plukken is, grijpen deze twee internationals (in de gekleurde kleding) de kans aan om een gesprek te voeren met de aanwezige Israelische kolonisten (in het wit, vanwege shabbat). Ik word uitgenodigd deel te nemen aan het gesprek en hoor alle bekende argumenten een keer uit de eerste hand.
Omdat er niets te plukken is verlaten we de boomgaard wat eerder dan gepland, onder lichte dwang van deze jongens. De voorste geeft me nog een filmtip mee, hij was gisteren in de bioscoop en You Don't Mess With The Zohan moet ik echt gezien hebben.
Drie weken geleden echter, stonden de olijfgaarden nog vol plukkers en de kranten vol verhalen erover. Strijd over grondgebied betekent ook strijd over de bomen die op deze grond groeien. Elk jaar gaat de oogst hierdoor samen met confrontaties tussen Palestijnen, kolonisten en het Israelische leger. De YMCA organiseert al een aantal jaar reizen waarbij internationals een paar weken de Palestijnen komen helpen oogsten. Naast gratis arbeidskracht bieden deze internationals ook bescherming (in ieder geval geval tegen het leger, kolonisten maken zich minder druk om de media-aandacht die geweld tegen internationals oproept).
Twee Noorse meisjes die ik hier heb leren kennen waren betrokken bij de organisatie van de olijvencampagne van YMCA en nodigden me uit om een dag mee te gaan. Die dag verliep zo:
Welkomstcomité nr. 1
Aankomst bij de boomgaard. Olijfbomen worden heel oud en zijn vaak al generaties geleden door Palestijnse families geplant. Deze gaard is in het bezit van een Palestijnse familie, maar ligt in grondgebied dat onder Israelische controle valt. Dat betekent dat de boer elke keer dat hij naar zijn eigen grond wil om dit te bewerken, toestemming moet krijgen van het Israelische leger. De kolonisten uit de nederzetting die je in de achtergrond ziet liggen, geloven een door God gegeven recht op het land te hebben, en daarmee ook op de bomen. Hun aanwezigheid in de Westoever is illegaal, maar wordt gedoogd, net als hun betreden van de boomgaard.
(Het leger blijkt op de hoogte van onze komst en een legertruck met 6 soldaten staat ons op te wachten, de leider van de groep overlegt met hen terwijl wij vast aan de slag gaan)
Zodra we op zoek gaan naar olijven komt er een kolonist aangelopen (meegeteld? derde welkomstafvaardiging). Hij begint foto's te maken om ons af te schrikken. Internationale vrijwilligers verblijven meestal met een Israelisch toeristenvisum in de Palestijnse gebieden. Betrokkenheid bij 'de Palestijnse zaak' wordt je niet echt in dank afgenomen. Met foto's zouden kolonisten je identiteit en werkelijke bezigheden bekend kunnen maken aan de Israelische overheid. Let vooral even op het t-shirt van deze man . Ik weet niet hoe goed dit te zien is, maar de print is N(ew) Y(ork) C(ity). Veel kolonisten komen uit de VS en Frankrijk en gaan linea recta naar hun aankomst in Israel een nederzetting in. Dit lijkt me een importnationalist met een identiteitscrisis.
Goed gesprek tussen de drie belanghebbende partijen en de internationals (de man in het wit is een Israelische kolonist, in de boom zit een internationale plukker, daarnaast staan Palestijnen en de mannen in pak zijn van het Israelische leger)
vrijdag 14 november 2008
Ain't no party like a Palestinian hiphop party
Wie?
Deens-Palestijnse rapper Marwan
Deens-Palestijnse DJ Shine
Deens-Egyptische rapper /beatboxer en host van de avond Zaki
EN
Duits-Palestijnse rapper Massiv
Brits-Palestijnse rapster Shadia Mansour
locals DAM, Saz, We-7 en G-Town
Wat?
The European-Palestinian HipHop Concert Tour
Waar?
De kelder van een middenklasse hotel in een buitenwijk van Nablus.
Wanneer?
12 November 2008, 17.00 uur
Waarom?
Nablus wordt hermetisch omsingeld door 6 checkpoints en 14 nederzettingen, ze verdienen daar wel een feestje. Marvin Gaye had nog een andere boodschap:
Hoe?
Discolampen aan het systeemplafond; water, cola en sinas, gratis op vertoon van je toegangskaartje. En zo:
legitimatie was niet verplicht
binnen mocht gerookt worden

rapper, bezoeker, organistor
P.S. Hét must-have accesoire van de avond ontdekt? 'This week in Palestine' schrijft er deze maand over.
P.S. Hét must-have accesoire van de avond ontdekt? 'This week in Palestine' schrijft er deze maand over.
woensdag 5 november 2008
TV-tip
De afgelopen twee weken gaf Floortje Dessing in 3 op reis een hele goede indruk van mijn tijdelijke woon- en werkomgeving. Een betere indruk dan ik in sommige gevallen kan geven, omdat filmen in een ultra-orthodoxe wijk bijvoorbeeld, niet zonder gevaar is. Dergelijke moderne verstoringen van de rust in de wijk, worden regelmatig op ouderwetse manier met stenen bevochten.
Het Jerusalem Hotel waarin ze verblijft is de vaste stek voor ontmoetingen met mijn Nederlandse kennissen hier. Gisterenavond heb ik er nog aan de heerlijke muntlimonade en champignonsalade gezeten.
Als Floortje de drie dorpen Bethlehem, Beit Jala en Beit Sahour ziet liggen staat ze op de locatie van mijn Jeruzalemse kantoor. Het checkpoint dat ze passeert als ze om moet rijden omdat de toegang bij het Bethlehem checkpoint geweigerd wordt, is het checkpoint bij Beit Jala. Ik reis een paar keer per week via dit checkpoint omdat de rechtstreekse bus tussen Jeruzalem en Bethlehem ook deze route neemt. Eenmaal in Bethlehem loopt ze door de straat waarin mijn kantoor op de Westoever zich bevindt.
In Beit Sahour, wat we in de uitzending alleen vanaf grote afstand te zien krijgen, is mijn tweede huis. Sietske woont hier en heeft altijd een bed vrij als ik 's avonds op de Westoever moet zijn (het Palestijnse openbaar vervoer stopt tussen 18 en 19 uur).
Bekijk de uitzendingen van 26-10-2008 en 02-11-2008 hier
Het Jerusalem Hotel waarin ze verblijft is de vaste stek voor ontmoetingen met mijn Nederlandse kennissen hier. Gisterenavond heb ik er nog aan de heerlijke muntlimonade en champignonsalade gezeten.
Als Floortje de drie dorpen Bethlehem, Beit Jala en Beit Sahour ziet liggen staat ze op de locatie van mijn Jeruzalemse kantoor. Het checkpoint dat ze passeert als ze om moet rijden omdat de toegang bij het Bethlehem checkpoint geweigerd wordt, is het checkpoint bij Beit Jala. Ik reis een paar keer per week via dit checkpoint omdat de rechtstreekse bus tussen Jeruzalem en Bethlehem ook deze route neemt. Eenmaal in Bethlehem loopt ze door de straat waarin mijn kantoor op de Westoever zich bevindt.
In Beit Sahour, wat we in de uitzending alleen vanaf grote afstand te zien krijgen, is mijn tweede huis. Sietske woont hier en heeft altijd een bed vrij als ik 's avonds op de Westoever moet zijn (het Palestijnse openbaar vervoer stopt tussen 18 en 19 uur).
Bekijk de uitzendingen van 26-10-2008 en 02-11-2008 hier
donderdag 30 oktober 2008
Verhuisd
Ik woon in een hotel de komende vijf maanden en nu de eerste ongemakkelijke week erop zit, begin ik de voordelen ervan in te zien. Het ongemak was geheel mijnerzijds, moet ik erbij zeggen. Welke houding wordt je geacht aan te nemen als iemand je vloer wilt schrobben en zich daarvoor verontschuldigd omdat je nog in bed ligt? Ik begon de week met ‘no really, you don’t have to do this every day’, maar na een afkeurende blik en ‘clean, clean’ roep ik nu vrolijk ‘todaa’ en maak ik van de gelegenheid gebruik om maar eens mijn bed uit te komen.


Na deze introductie voel ik me genoodzaakt om mijn verhaal te illustreren met foto’s, omdat jullie nu ongetwijfeld het beeld hebben van een viersterren wolkenkrabber met lange gangen, donkerrood hoogpolig tapijt, boxsprings, donzen dekbedden en zonwerende luiken met afstandsbediening. Het is eigenlijk een guesthouse, bestaande uit 2 appartementen met elk vier kamers, met origineel jaren vijftig interieur, wollen dekens en verkleurde vitrage. Zie bewijsstukken: 
Maar ik had het over de voordelen, en ondanks de staat ervan, zijn de meubels aanwezig en dat scheelt een hele investering. En niet alleen mijn vloer, maar ook de badkamer en keuken en zelfs de koelkast worden dagelijks schoongemaakt. Wekelijks krijg ik schone handdoeken én lakens, wat niet alleen betekent dat ik deze niet hoef te wassen maar ook dat ik mijn bed niet zelf hoef te verschonen. Echt, het went.
Had ik al verteld dat de locatie ook top is? Ik kijk uit op de voormalige suicide zone; dan weet je dat je in het centrum zit. Het enige nadeel is de aanwezigheid van zowel de schoonmaakster als mijn huisbaas Tamar elke ochtend. De reden dat ik nog in bed lig als de vloer gedaan wordt, is dat het dan zelden later dan acht uur is. Ik heb een ochtendhumeur dat van me vraagt om minstens een uur na mijn wekker met niemand te praten, en dat is elke keer weer een uitdaging als ik me richting badkamer langs twee druk kletsende vrouwen wring.
Vanochtend kwam dit onverhoopt toch tot een gesprek, toen Tamar haar excuses aanbood voor haar bemoeienis met mijn komkommerbeheer. Ze had deze nat aangetroffen in de koelkast en kon de verleiding niet weerstaan om ze in papier te wikkelen; de enige juiste manier om ze te bewaren namelijk. Geen probleem, bedankt voor de tip. Ik moet bekennen dat ik wel verbaasd verbaasd was om mijn komkommers niet in keukenpapier, maar in uitgeknipte stukjes oude krant terug te vinden. De hele affaire heeft me wel een idee gegeven van de mogelijke dader achter het steeds verplaatsen van mijn brood uit de vriezer naar erop. Ik gok dat het buitengewoon ongepast is om pita’s onder zulke barre omstandigheden te bewaren.
Het motief komt in ieder geval voort uit de beste bedoelingen. Voor de bemoeienis was ik al gewaarschuwd toen Tamar’s man bij onze eerste kennismaking zei ‘You’ll be living here for five months, we’ll be like family!’. Ik was blij met het woordje ‘like’, toen hij daarna overging op een uitvoerige beschrijving van zijn zeven kleinzonen die ik allemaal maar eens moet ontmoeten. Helaas zit de jongste nog in het leger en is de oudste getrouwd, maar uit de rest mag ik kiezen. Mocht ik ze ooit echt ontmoeten, dan zijn jullie de eerste die het horen.
JoycevanuitJeruzalem
vrijdag 17 oktober 2008
Hashem
'Take care now, watch out for the settlers'. Hashem's goede raad gaat nog net vooraf aan de zak afval die we naar ons hoofd geslingerd krijgen als we via het met vuil versperde zandpad zijn huis verlaten. We hebben zojuist beelden gezien van andere manieren waarop kolonisten Hashem en zijn buren het leven onmogelijk maken sinds ze hun intrek in de wijk namen. Toen de incidenten tijdens de tweede intifada (2000-2006) erger en frequenter werden, heeft de Israelische mensenrechtenorganisatie B'tselem camera's onder de inwoners van Hebron uitgedeeld om het geweld van de kolonisten vast te kunnen leggen.


De winkels zijn hier gesloten en de werkloosheid benadert de 100%. De inwoners van zone H2 hebben geen kans op een baan in het door de Palestijnse Autoriteit bestuurde stadsdeel H1, omdat werkgevers bang zijn dat zij te vaak verstek zullen laten gaan. Bij een verhoogd risico op escalerend geweld, meestal na een eerder incident, grijpt het Israelische leger namelijk in door de Palestijnse bewoners van H2 een straatverbod op te leggen. De Palestijen die nog niet om economische of veiligheidsredenen weggevlucht zijn, beschermen zich met netten tegen de stenen en andere voorwerpen die dagelijks naar beneden worden gegooid. Dat betekent gewoon even het raam uit, want de settlers in de oude stad hebben hun huizen bovenop die van de Palestijnse inwoners gebouwd (te zien aan de geplamuurde muren bovenop de stenen onderverdieping, of een Israelische vlag).


Hashem heeft de pech dat een grote groep kolonisten zich in de wijk boven zijn woning heeft gevestigd. De afgelopen jaren heeft dat hem een verwoeste inboedel, doorgezaagde druivenbomen en een tuin vol afval -van gebruikt toiletpapier tot een wasmachine-opgeleverd. De 'bescherming' van het leger bracht hem hierbij een vernield gebit en meer dan 350 dagen huiarrest sinds 2000. De oudste dochter van Hashem en Naheel voelt zich eindelijk wat veiliger nu de nieuwe schooldirecteur heeft besloten om zaterdag lesvrij te maken. Dat betekent een bevrijding van de wekelijkse treitering door de kolonisten die de sjabbat hier graag aan wijdden.

Verhuizen is geen optie voor Hashem. Zijn familie woont al generaties lang op deze plek, zijn broer en diens vrouw en zeven kinderen zijn ook nog steeds gebleven. Verhuizen is bovendien financieel niet realistisch. Tot een jaar geleden had Hashem nog een door de VN gesubsidieerde baan, maar sinds dit programma is gestopt, zijn de gezinnen van hem en zijn broer afhankelijk van het geld dat de schilderijen van Naheel opleveren.
Hebron is de grootste stad op de Westoever en was tot de zesdaagse oorlog van 1967 het commercieel centrum van de Palestijnse gebieden. In 1968 stichtten Joodse kolonisten de eerste settlement in het centrum van Hebron en sindsdien zijn er nog 3 in de binnenstad bijgekomen. Op het moment maken 500 kolonisten en hun 2000 beschermers van de Israel Defence Forcea de dienst uit in de oude stad; zone H2, afgebakend met checkpoints en te herkennen aan de soldaten op elke straathoek.
De winkels zijn hier gesloten en de werkloosheid benadert de 100%. De inwoners van zone H2 hebben geen kans op een baan in het door de Palestijnse Autoriteit bestuurde stadsdeel H1, omdat werkgevers bang zijn dat zij te vaak verstek zullen laten gaan. Bij een verhoogd risico op escalerend geweld, meestal na een eerder incident, grijpt het Israelische leger namelijk in door de Palestijnse bewoners van H2 een straatverbod op te leggen. De Palestijen die nog niet om economische of veiligheidsredenen weggevlucht zijn, beschermen zich met netten tegen de stenen en andere voorwerpen die dagelijks naar beneden worden gegooid. Dat betekent gewoon even het raam uit, want de settlers in de oude stad hebben hun huizen bovenop die van de Palestijnse inwoners gebouwd (te zien aan de geplamuurde muren bovenop de stenen onderverdieping, of een Israelische vlag).
Hashem heeft de pech dat een grote groep kolonisten zich in de wijk boven zijn woning heeft gevestigd. De afgelopen jaren heeft dat hem een verwoeste inboedel, doorgezaagde druivenbomen en een tuin vol afval -van gebruikt toiletpapier tot een wasmachine-opgeleverd. De 'bescherming' van het leger bracht hem hierbij een vernield gebit en meer dan 350 dagen huiarrest sinds 2000. De oudste dochter van Hashem en Naheel voelt zich eindelijk wat veiliger nu de nieuwe schooldirecteur heeft besloten om zaterdag lesvrij te maken. Dat betekent een bevrijding van de wekelijkse treitering door de kolonisten die de sjabbat hier graag aan wijdden.
Verhuizen is geen optie voor Hashem. Zijn familie woont al generaties lang op deze plek, zijn broer en diens vrouw en zeven kinderen zijn ook nog steeds gebleven. Verhuizen is bovendien financieel niet realistisch. Tot een jaar geleden had Hashem nog een door de VN gesubsidieerde baan, maar sinds dit programma is gestopt, zijn de gezinnen van hem en zijn broer afhankelijk van het geld dat de schilderijen van Naheel opleveren.
Ik hoorde Hashem's verhaal omdat hij nu al zijn tijd gebruikt om de situatie in Hebron wereldkundig te maken en te verbeteren. Hiervoor ontvangt hij bijna dagelijks mensen -van internationale politici tot vrijwilligers - om hen zijn verhaal te vertellen en met behulp van zelfgemaakte videos te laten zien. Onlangs heeft hij een groep Israelische jongeren uitgenodigd om samen met de kinderen uit zijn buurt een dag te voetballen. Hij wilde hiermee de kinderen tolerantie bijbrengen en volwassenen stimuleren een voorbeeld hieraan te nemen.
Naast Hashem heb ik in Hebron Lauren van het Christian Peacemakers Team ontmoet. Het CPT zorgt door haar aanwezigheid samen met het team van Tempary International Presence in the city of Hebron, voor bescherming van de Palestijnse inwoners van de stad. Van Lauren ik veel geleerd over de geschiedenis en huidige situatie in Hebron. Sytske vertelt hierover op haar blog.
Ook Nawal maakte veel indruk op me. Zij heeft haar winkel in de oude stad weer geopend sinds het stimuleringsbeleid van de Palestijnse Autoriteit. Om het oude centrum weer leefbaar te maken ontvangen winkeliers die een doorstart aandurven maandelijks 200 dollar. De winkeliers doen dit puur voor het signaal wat zij hiermee afgeven, de toeristen blijven voorlopig nog weg. Nawal verkoopt haar producten -allemaal handgemaakt door vrouwen uit Hebron- echter ook online* en ziet haar winkel als een kans om, net als Hashem, zoveel mogelijk mensen te vertellen over de realiteit in Hebron.
* website helaas niet bereikbaar op het moment
woensdag 8 oktober 2008
zaterdag 4 oktober 2008
Are you married?
Ehm, excuse me? ((lacht)) I thought you said 'are you married'? ((lacht)) no no...Are you married? Juist. Ik ben net een uur op Palestijnse grond en moet nog even de omschakeling maken. Hoewel religieuze joden zich ook op jonge leeftijd in de echt laten verbinden, heb ik via mijn collega vooral te maken gehad met ex-religieuzen die het wat rustiger aandoen. Ik antwoord met nee en begin de groep Palestijnse jongeren die aan de website mee zullen werken uit te leggen hoe het er met het instituut 'huwelijk' voorstaat in Nederland. De volgende vraag 'Are you religious' had ik wel aan zien komen. Ook in Jeruzalem is dit één van de eerste vragen die me constant gesteld wordt. Het aandeel van Christenen in Israel en de Palestijnse gebieden ligt rond de 2% waarvan de meerderheid orthodox of katholiek is, maar toch weet iedereen bij welke kerk ik moet zijn als ik over mijn Protestantse opvoeding vertel. Het zijn vragen die we in Nederland niet zo snel zullen stellen, het antwoord leiden we meestal af uit iemands gedrag. Hier zijn mensen een stuk directer (dit is niet het enige vooroordeel over Nederlanders dat ik ontkracht heb zien worden de afgelopen twee weken) en daar hebben ze ook hun redenen voor. Met de bestaande spanningen tussen verschillende bevolkingsgroepen, is het wel handig om te weten wie je precies voor je hebt en uit bovenstaande vragen valt een hoop af te leiden.
Na de kennismaking met de groep Palestijnse bloggers op holyswitch.nl en het beluisteren van hun favoriete Enrique Iglesias- Jonas Brothers-nummers, ontmoet ik het bestuur van de organisatie tijdens een gezamelijke lunch. De organisatie is in 1986 opgericht als opleidingsinstituut, met een cursusaanbod van vreemde talen tot computerkennis. Tijdens de eerste intifada nam het instituut geleidelijk de functie van scholen over toen deze gedwongen werden te sluiten. De grote toestroom van kinderen en jongeren naar de locaties van de organisatie zorgde er uiteindelijk voor dat ook deze gedwongen haar taken neerlegde: De samenscholingen zouden een risico vormen voor het Israelische leger (Israeli Defence Force). In 1997 hebben de twee oprichters weer een doorstart gemaakt, waarbij het instituut weer haar oorspronkelijk functie terugkreeg. Nu werken ze met groepen kinderen, jongeren en vrouwen om hun kansen in de samenleving te vergroten. Na de lunch loop ik met één van de oprichters en zijn assistent mee naar een andere locatie waar een groep kinderen Engelse les krijgt. Ik doe even mee door een verhaaltje te vertellen dat de kinderen moeten vertalen en af moeten maken. Tijdens mijn tweede kop arabische koffie (sterk en met meegemalen specerijen) bedenk ik me dat het tijdstip van 16 uur waarop ik met mijn collega van de Israelische partner die in Bethlehem woont heb afgesproken, voor haar misschien wel wat anders betekende. De palestijnse gebieden zijn namelijke een week geleden op wintertijd overgeschakeld, terwijl dit in Israel nog moet gebeuren. Ik zie drie gemiste oproepen op mijn telefoon en neem snel afscheid van de groep om mijn collega te ontmoeten in de winkel van haar man.
De winkel is vlakbij het instituut gelegen en ik weet dit omdat ik er vanochtend al geweest ben. Ik ben met een Arabische bus naar Bethlehem gekomen (in Oost-Jeruzalem rijden Arabische bussen, waarvan 1 lijn voorbij het checkpoint tot in Bethlehem rijdt) en zou vanaf daar opgehaald worden door een taxi van de organisatie. Het lukte me echter niet om de organisatie telefonisch te bereiken toen ik in Bethlehem aankwam, waarop ik zelf maar een taxi heb genomen. Mijn taxichauffeur die me alle vijftien keer dat ik het hem vroeg, verzekerde dat hij wist waar hij zijn moest, raakte verdwaald en toen zijn collega's via de portofoon ons ook niet verder konden helpen, besloot ik mijn hulplijn in te zetten. Mijn Bethlehemse collega heeft mijn taxichauffeur uitgelegd waar de winkel van haar man is, en haar man gebeld dat ik er aan kwam. Na een hartelijke ontvangst met Arabische koffie (dat was mijn eerste van de dag), heeft hij me naar mijn bestemming gebracht.
Als ik voor de tweede keer de winkel binnenkom word ik weer even hartelijk ontvangen. We kletsen even bij en samen met mijn collega maak ik daarna een rondje langs de toeristische highlights van Bethlehem. We beginnen bij de melkgrot. De legende gaat dat Maria hier stopte om haar pasgeboren kind Jezus te voeden. Hierbij viel een druppel melk op de grond, waarna de hele grot wit kleurde. Inmiddels is de grot verder uitgehouwen en zijn er drie ondergrondse kapellen, waardoor de nonnen uit het bovengelegen klooster dagelijks een processie houden. Toevallig zijn we er net op het moment waarop dit plaatsvindt én zijn we de enige bezoekers, waardoor we een authentiek kijkje in het leven van de acht zusters krijgen. Na de melkgrot lopen we naar de church of the nativity, die gebouwd is op de plek waar Jezus geboren zou zijn. In deze kerk is mijn collega getrouwd, tenminste in de katholieke kapel, want elk hoekje is wordt weer gebruikt door een andere gemeenschap.
We willen wat gaan eten en de ouders van mijn collega bezoeken, maar hebben hiervoor wel de auto nodig die nog bij het checkpoint staat. Als we de sleutels op gaan halen bij haar man, beeindigt hij net een heftig telefoongesprek. Naast de winkel, heeft zijn familie een houtsnijwerkfabriek, waarvan de producten eerst alleen in de winkel maar de laatste jaren steeds meer in het buitenland verkocht worden. Sinds het begin van de tweede intifada in 2000 is het toerisme op de Westoever stil komen te liggen en hoewel volgens mijn collega dit het eerste jaar is dat de toeristen weer terugkomen, is de verkoop in de winkel nog lang niet op het oude niveau. Voor export zijn Palestijnen echter afhankelijk van het postkantoor in Jeruzalem. De Palestijnse gebieden zijn afgesloten van de rest van de wereld, zonder (lucht)haven of wegen waar via transport kan plaatsvinden. De meeste eigenaren van toeristenwinkels hebben een permit waarmee ze Jeruzalem inkunnen en naar het postkantoor kunnen gaan, maar vrachtwagens worden vaak tegengehouden met het argument dat Palestijnse producten het gebied niet mogen verlaten. Soms lukt het wel om langs het checkpoint te komen, maar vandaag is de man van mijn collega voor de derde keer achter elkaar tegengehouden terwijl zijn afnemers wachten op hun bestelling.
Op weg naar het checkpoint om de auto op te halen, passeren we het huis van Claire. Bethlehem is ondanks de terugloop de meestbezochte stad in de Westoever en daarmee het uithangbord van dit gebied. Ondanks de slechte economische situatie, doet de stad weinig armoedig aan en dit komt voor een groot deel door de hulp die de stad en haar inwoners ontvangen van giften uit het buitenland en/aan de lokale hulpverleningsorganisaties. Claire is een bekende in dit circuit, ze is al twee keer op uitnodiging van een buitenlandse organisatie met haar gezin op vakantie geweest en heeft een splinternieuw flatscreen aan de muur hangen. Dit weekend vertrekt ze met een vrouwengroep naar Nederland. Al deze tripjes bieden ongetwijfeld enige afleiding maar veranderen niets aan de situatie waar Claire zich dagelijks in haar eigen huis in bevindt: bijna volledig omringd door de muur. Haar huis staat naast de graftombe van Rachel, die volgens de groene lijn ruim op Palestijns gebied staat, maar Israel graag op eigen grondgebied ziet. De 'veiligheidsmuur' tussen Israel en de Westoever is daarom om de graftombe heengebouwd en staat hierdoor als een tweede buitenmuur om Claire's huis heen. Eén kant is nog vrij, daar loopt nu de weg richting het checkpoint langs. Tijdens de tweede Intifada zorgde de locatie van het huis er al voor dat Claire en haar gezin zich middenin de haard van het geweld bevonden. Nu voelen ze het sterktst de aanweizgheid van de muur, die ook het einde betekende van hun winkel voor bezoekers van Rachel´s graf.
We nemen de auto vanaf het checkpoint naar een restaurantje, waar mijn collega me meer vertelt over het leven op de Westoever. Daarna rijden we door naar haar ouders waar ik ook haar thuiswonende zussen en haar neefje ontmoet. Het jongetje is pas vijf, maar kan al tot 100 tellen in het Engels, tot 10 in het Frans en Sinatraliedjes uit zijn hoofd zingen. Er wordt hier enorm veel aandacht besteed aan de opleiding en buitenschoolse activiteiten van kinderen om hun kansen in het leven te vergroten. Zoals het er nu voorstaat, zijn echter weinigen in staat Bethlehem te verlaten en zijn hun kansen daarmee zeer beperkt. Ik krijg Qatayef (een Arabisch dessert van gevulde pannenkoekjes met kaas of noten, wat eigenlijk alleen tijdens Ramadan gegeten wordt, maar de familie is Christelijk en eet het nog even zolang de pannenkoekjes nog in de winkel te krijgen zijn) en kijk de laatste aflevering van hun favoriete soap mee.
Mijn eerste dag in Bethlehem eindigt bij het checkpoint, waar de bus deze keer wel tegengehouden wordt. Iedereen moet uitstappen om zich te indentificeren en enkele vragen te beantwoorden. Iedereen, behalve ik. Mijn internationale paspoort garandeert me vrij vervoer tussen Israel en de Westoever. Hoewel ik het minste aanspraak kan maken op welk stuk land in deze regio dan ook, heb ik volgens de wet de meeste rechten ertoe. Gelukkig mag iedereen weer instappen. Vanaf de bushalte loop ik naar huis, waar mijn andere collega mijn verhalen aanhoort over de stad waar zij al jaren niet meer mag komen.
Na de kennismaking met de groep Palestijnse bloggers op holyswitch.nl en het beluisteren van hun favoriete Enrique Iglesias- Jonas Brothers-nummers, ontmoet ik het bestuur van de organisatie tijdens een gezamelijke lunch. De organisatie is in 1986 opgericht als opleidingsinstituut, met een cursusaanbod van vreemde talen tot computerkennis. Tijdens de eerste intifada nam het instituut geleidelijk de functie van scholen over toen deze gedwongen werden te sluiten. De grote toestroom van kinderen en jongeren naar de locaties van de organisatie zorgde er uiteindelijk voor dat ook deze gedwongen haar taken neerlegde: De samenscholingen zouden een risico vormen voor het Israelische leger (Israeli Defence Force). In 1997 hebben de twee oprichters weer een doorstart gemaakt, waarbij het instituut weer haar oorspronkelijk functie terugkreeg. Nu werken ze met groepen kinderen, jongeren en vrouwen om hun kansen in de samenleving te vergroten. Na de lunch loop ik met één van de oprichters en zijn assistent mee naar een andere locatie waar een groep kinderen Engelse les krijgt. Ik doe even mee door een verhaaltje te vertellen dat de kinderen moeten vertalen en af moeten maken. Tijdens mijn tweede kop arabische koffie (sterk en met meegemalen specerijen) bedenk ik me dat het tijdstip van 16 uur waarop ik met mijn collega van de Israelische partner die in Bethlehem woont heb afgesproken, voor haar misschien wel wat anders betekende. De palestijnse gebieden zijn namelijke een week geleden op wintertijd overgeschakeld, terwijl dit in Israel nog moet gebeuren. Ik zie drie gemiste oproepen op mijn telefoon en neem snel afscheid van de groep om mijn collega te ontmoeten in de winkel van haar man.
De winkel is vlakbij het instituut gelegen en ik weet dit omdat ik er vanochtend al geweest ben. Ik ben met een Arabische bus naar Bethlehem gekomen (in Oost-Jeruzalem rijden Arabische bussen, waarvan 1 lijn voorbij het checkpoint tot in Bethlehem rijdt) en zou vanaf daar opgehaald worden door een taxi van de organisatie. Het lukte me echter niet om de organisatie telefonisch te bereiken toen ik in Bethlehem aankwam, waarop ik zelf maar een taxi heb genomen. Mijn taxichauffeur die me alle vijftien keer dat ik het hem vroeg, verzekerde dat hij wist waar hij zijn moest, raakte verdwaald en toen zijn collega's via de portofoon ons ook niet verder konden helpen, besloot ik mijn hulplijn in te zetten. Mijn Bethlehemse collega heeft mijn taxichauffeur uitgelegd waar de winkel van haar man is, en haar man gebeld dat ik er aan kwam. Na een hartelijke ontvangst met Arabische koffie (dat was mijn eerste van de dag), heeft hij me naar mijn bestemming gebracht.
Als ik voor de tweede keer de winkel binnenkom word ik weer even hartelijk ontvangen. We kletsen even bij en samen met mijn collega maak ik daarna een rondje langs de toeristische highlights van Bethlehem. We beginnen bij de melkgrot. De legende gaat dat Maria hier stopte om haar pasgeboren kind Jezus te voeden. Hierbij viel een druppel melk op de grond, waarna de hele grot wit kleurde. Inmiddels is de grot verder uitgehouwen en zijn er drie ondergrondse kapellen, waardoor de nonnen uit het bovengelegen klooster dagelijks een processie houden. Toevallig zijn we er net op het moment waarop dit plaatsvindt én zijn we de enige bezoekers, waardoor we een authentiek kijkje in het leven van de acht zusters krijgen. Na de melkgrot lopen we naar de church of the nativity, die gebouwd is op de plek waar Jezus geboren zou zijn. In deze kerk is mijn collega getrouwd, tenminste in de katholieke kapel, want elk hoekje is wordt weer gebruikt door een andere gemeenschap.
We willen wat gaan eten en de ouders van mijn collega bezoeken, maar hebben hiervoor wel de auto nodig die nog bij het checkpoint staat. Als we de sleutels op gaan halen bij haar man, beeindigt hij net een heftig telefoongesprek. Naast de winkel, heeft zijn familie een houtsnijwerkfabriek, waarvan de producten eerst alleen in de winkel maar de laatste jaren steeds meer in het buitenland verkocht worden. Sinds het begin van de tweede intifada in 2000 is het toerisme op de Westoever stil komen te liggen en hoewel volgens mijn collega dit het eerste jaar is dat de toeristen weer terugkomen, is de verkoop in de winkel nog lang niet op het oude niveau. Voor export zijn Palestijnen echter afhankelijk van het postkantoor in Jeruzalem. De Palestijnse gebieden zijn afgesloten van de rest van de wereld, zonder (lucht)haven of wegen waar via transport kan plaatsvinden. De meeste eigenaren van toeristenwinkels hebben een permit waarmee ze Jeruzalem inkunnen en naar het postkantoor kunnen gaan, maar vrachtwagens worden vaak tegengehouden met het argument dat Palestijnse producten het gebied niet mogen verlaten. Soms lukt het wel om langs het checkpoint te komen, maar vandaag is de man van mijn collega voor de derde keer achter elkaar tegengehouden terwijl zijn afnemers wachten op hun bestelling.
Op weg naar het checkpoint om de auto op te halen, passeren we het huis van Claire. Bethlehem is ondanks de terugloop de meestbezochte stad in de Westoever en daarmee het uithangbord van dit gebied. Ondanks de slechte economische situatie, doet de stad weinig armoedig aan en dit komt voor een groot deel door de hulp die de stad en haar inwoners ontvangen van giften uit het buitenland en/aan de lokale hulpverleningsorganisaties. Claire is een bekende in dit circuit, ze is al twee keer op uitnodiging van een buitenlandse organisatie met haar gezin op vakantie geweest en heeft een splinternieuw flatscreen aan de muur hangen. Dit weekend vertrekt ze met een vrouwengroep naar Nederland. Al deze tripjes bieden ongetwijfeld enige afleiding maar veranderen niets aan de situatie waar Claire zich dagelijks in haar eigen huis in bevindt: bijna volledig omringd door de muur. Haar huis staat naast de graftombe van Rachel, die volgens de groene lijn ruim op Palestijns gebied staat, maar Israel graag op eigen grondgebied ziet. De 'veiligheidsmuur' tussen Israel en de Westoever is daarom om de graftombe heengebouwd en staat hierdoor als een tweede buitenmuur om Claire's huis heen. Eén kant is nog vrij, daar loopt nu de weg richting het checkpoint langs. Tijdens de tweede Intifada zorgde de locatie van het huis er al voor dat Claire en haar gezin zich middenin de haard van het geweld bevonden. Nu voelen ze het sterktst de aanweizgheid van de muur, die ook het einde betekende van hun winkel voor bezoekers van Rachel´s graf.
We nemen de auto vanaf het checkpoint naar een restaurantje, waar mijn collega me meer vertelt over het leven op de Westoever. Daarna rijden we door naar haar ouders waar ik ook haar thuiswonende zussen en haar neefje ontmoet. Het jongetje is pas vijf, maar kan al tot 100 tellen in het Engels, tot 10 in het Frans en Sinatraliedjes uit zijn hoofd zingen. Er wordt hier enorm veel aandacht besteed aan de opleiding en buitenschoolse activiteiten van kinderen om hun kansen in het leven te vergroten. Zoals het er nu voorstaat, zijn echter weinigen in staat Bethlehem te verlaten en zijn hun kansen daarmee zeer beperkt. Ik krijg Qatayef (een Arabisch dessert van gevulde pannenkoekjes met kaas of noten, wat eigenlijk alleen tijdens Ramadan gegeten wordt, maar de familie is Christelijk en eet het nog even zolang de pannenkoekjes nog in de winkel te krijgen zijn) en kijk de laatste aflevering van hun favoriete soap mee.
Mijn eerste dag in Bethlehem eindigt bij het checkpoint, waar de bus deze keer wel tegengehouden wordt. Iedereen moet uitstappen om zich te indentificeren en enkele vragen te beantwoorden. Iedereen, behalve ik. Mijn internationale paspoort garandeert me vrij vervoer tussen Israel en de Westoever. Hoewel ik het minste aanspraak kan maken op welk stuk land in deze regio dan ook, heb ik volgens de wet de meeste rechten ertoe. Gelukkig mag iedereen weer instappen. Vanaf de bushalte loop ik naar huis, waar mijn andere collega mijn verhalen aanhoort over de stad waar zij al jaren niet meer mag komen.
Op de voorgrond de Christelijke begraafplaats met het graf van Oskar Schindler, daarachter de muur die Israel van de Westover scheidt.
JoycevanuitJeruzalem
zondag 28 september 2008
Het moeras
Een leek die zich in Jeruzalems oude stad begeeft, zal na een wandeling van een kwartier - en het doorkruizen van de Christelijke, Moslim-, Joodse, en Armeense wijk - de conclusie trekken dat er zich in ieder geval vier afzonderlijkse sociale circuits binnen de oude stadsmuren afspelen.
Als die leek niet alleen heeft gelet op de kleding en haardracht van de bewoners, maar ook op het eten dat de barretjes serveren en de taal die er gesproken wordt, zal hij of zij wellicht een vijfde - Amerikaanse – groep ontdekt hebben. Op het plein voor Burgers bar kan je groepjes orthodox gekleedde jongeren horen kletsen in vloeiend Engels met een herkenbaar Amerikaans accent. De bagels die in een restaurant op een hoek van het plein geserveerd worden zijn niet groot en langgerekt zoals in het moslimkwartier, maar klein en perfect rond zoals je ze in Amerika (en tegenwoordig ook Europa) ziet.
Mocht de leek binnen het kwartier de straat kort hebben verlaten om de steen Golgotha in de Heilige Grafkerk aan te raken, dan zal hij of zij een glimps hebben opgevangen van de verschillen die er binnen de sociale circuits bestaan. In het gigantische Christelijke pilgrimsoord vinden gelijktijdig kerkdiensten van verschillende orthodoxe en katholieke gemeenschappen plaats (wat een chaos veroorzaakt die ik een andere keer zal beschrijven).
Goed, als onze leek de details van het sociale leven van één van deze subgroepen verder zou willen kennen, kan hij of zij de gebruiken hiervan op antropologische wijze van een afstand bestuderen, of door middel van strategische vriendschappen infiltreren in de groep. Voor één groep is er echter nog een andere manier. Dat is voor de groep religieuze jongvolwassenen die het straatbeeld in de wijken rondom het nieuwe stadscentrum grotendeels bepalen. Het dagelijks leven binnen deze scene - die bekendstaat als het moeras - staat centraal in dé tv-hit in Israel op dit moment. De serie, Srugim (= gehaakt; o.a. een verwijzing naar de gehaakte kippa die door Joodse mannen gedragen wordt)volgt het leven van vijf vrijgezelle ‘moerasbewoners’ en zou eigenlijk Sex and the Holy city gaan heten. Hier werd wijs genoeg van afgezien; de actie heeft zich in het eerste seizoen beperkt tot twee bescheiden zoenscenes die een hoop stof deden opwaaien.
Niet alleen nieuwsgierige buitenstaanders, maar ook leden van de groep waar de serie over gaat, kijken massaal naar Srugim (via internet natuurlijk, de serie wordt uitgezonden op sjabbat). Mijn collega en tijdelijke huisgenoot maakte ook deel uit van deze groep, tot ze besloot niet langer aan het geloof vast te houden. De meeste vrienden die ik van haar heb ontmoet hebben hetzelfde levenspad gevolgd, en allemaal vinden ze de serie enorm geloofwaardig en waarheidsgetrouw. Tijdens de sjabbatmaaltijd die we deze vrijdag bij vrienden van mijn collega doorbrachten, werden aan de hand van de verhaallijnen herinneringen opgehaald uit hun tijd in het moeras. De mate waarin ze hun eigen levens in de serie herkennen, is weinig verrassend als je bedenkt dat één van de weinigen binnen hun vriendengroep die nog wel religieus is, de schrijver en regisseur van Srugim is.
Het tweede seizoen begint binnenkort en is al veelbesproken. Zo doen er al enkele weken hardnekkige geruchten de ronde dat ‘alle karakters opeens homo blijken te zijn’. Uit betrouwbare bron weet ik dat deze onwaarschijnlijke voorspelling niet uit zal komen, maar wel zal er een aflevering zijn waarin het leven als homo in het moeras centraal zal staan. De research hiervoor vindt namelijk deze week op de tweede dag van Rosj Hasjana plaats, als de schrijver/regisseur als enige heteroman aan zal schuiven tijdens de nieuwjaarsmaaltijd in onze flat.
De serie is nu alleen nog in Hebreeuws verkrijgbaar, maar ik laat het hier weten zodra er Engelse ondertiteling beschikbaar is.
JoycevanuitJeruzalem
Als die leek niet alleen heeft gelet op de kleding en haardracht van de bewoners, maar ook op het eten dat de barretjes serveren en de taal die er gesproken wordt, zal hij of zij wellicht een vijfde - Amerikaanse – groep ontdekt hebben. Op het plein voor Burgers bar kan je groepjes orthodox gekleedde jongeren horen kletsen in vloeiend Engels met een herkenbaar Amerikaans accent. De bagels die in een restaurant op een hoek van het plein geserveerd worden zijn niet groot en langgerekt zoals in het moslimkwartier, maar klein en perfect rond zoals je ze in Amerika (en tegenwoordig ook Europa) ziet.
Mocht de leek binnen het kwartier de straat kort hebben verlaten om de steen Golgotha in de Heilige Grafkerk aan te raken, dan zal hij of zij een glimps hebben opgevangen van de verschillen die er binnen de sociale circuits bestaan. In het gigantische Christelijke pilgrimsoord vinden gelijktijdig kerkdiensten van verschillende orthodoxe en katholieke gemeenschappen plaats (wat een chaos veroorzaakt die ik een andere keer zal beschrijven).
Goed, als onze leek de details van het sociale leven van één van deze subgroepen verder zou willen kennen, kan hij of zij de gebruiken hiervan op antropologische wijze van een afstand bestuderen, of door middel van strategische vriendschappen infiltreren in de groep. Voor één groep is er echter nog een andere manier. Dat is voor de groep religieuze jongvolwassenen die het straatbeeld in de wijken rondom het nieuwe stadscentrum grotendeels bepalen. Het dagelijks leven binnen deze scene - die bekendstaat als het moeras - staat centraal in dé tv-hit in Israel op dit moment. De serie, Srugim (= gehaakt; o.a. een verwijzing naar de gehaakte kippa die door Joodse mannen gedragen wordt)volgt het leven van vijf vrijgezelle ‘moerasbewoners’ en zou eigenlijk Sex and the Holy city gaan heten. Hier werd wijs genoeg van afgezien; de actie heeft zich in het eerste seizoen beperkt tot twee bescheiden zoenscenes die een hoop stof deden opwaaien.
Niet alleen nieuwsgierige buitenstaanders, maar ook leden van de groep waar de serie over gaat, kijken massaal naar Srugim (via internet natuurlijk, de serie wordt uitgezonden op sjabbat). Mijn collega en tijdelijke huisgenoot maakte ook deel uit van deze groep, tot ze besloot niet langer aan het geloof vast te houden. De meeste vrienden die ik van haar heb ontmoet hebben hetzelfde levenspad gevolgd, en allemaal vinden ze de serie enorm geloofwaardig en waarheidsgetrouw. Tijdens de sjabbatmaaltijd die we deze vrijdag bij vrienden van mijn collega doorbrachten, werden aan de hand van de verhaallijnen herinneringen opgehaald uit hun tijd in het moeras. De mate waarin ze hun eigen levens in de serie herkennen, is weinig verrassend als je bedenkt dat één van de weinigen binnen hun vriendengroep die nog wel religieus is, de schrijver en regisseur van Srugim is.Het tweede seizoen begint binnenkort en is al veelbesproken. Zo doen er al enkele weken hardnekkige geruchten de ronde dat ‘alle karakters opeens homo blijken te zijn’. Uit betrouwbare bron weet ik dat deze onwaarschijnlijke voorspelling niet uit zal komen, maar wel zal er een aflevering zijn waarin het leven als homo in het moeras centraal zal staan. De research hiervoor vindt namelijk deze week op de tweede dag van Rosj Hasjana plaats, als de schrijver/regisseur als enige heteroman aan zal schuiven tijdens de nieuwjaarsmaaltijd in onze flat.
De serie is nu alleen nog in Hebreeuws verkrijgbaar, maar ik laat het hier weten zodra er Engelse ondertiteling beschikbaar is.
JoycevanuitJeruzalem
woensdag 24 september 2008
dinsdag 23 september 2008
mijn eerste indruk, en de tweede
Ik stond op het punt om mijn eerste dag in Jeruzalem te besluiten met een optimistisch stukje over het mooie weer, mijn aardige en gastvrije collega's en het levendige straatbeeld, toen er wat tussenkwam; een aanslag. Het optimistische stukje volgt alsnog, maar een dag en twee alinea's later.
De aanslag werd gepleegd door een 19-jarige inwoner van Oost-Jeruzalem, met het weinig politieke motief van een onbeantwoorde liefde. De jongen werd kort voordat hij zijn BMW een groep Israelische militairen instuurde afgewezen, toen hij zijn nicht ten huwelijk vroeg. De gebeurtenis roept de vraag op onder welke voorwaarden iets een terroristische aanslag genoemd kan worden. Hoewel de internationale media het nieuws zo zullen brengen, waren niet burgers, maar militairen het doelwit en is het motief van de jongen niet politiek, maar persoonlijk. De dader was bovendien afkomstig uit een rijke, bekende en gerespecteerde familie.
Of het nu wel of geen terroristische daad was, de gebeurtenis heeft weinig impact op het leven in Jeruzalem. De collega waar ik tijdelijk bij verblijf kreeg 1 telefoontje en 1 sms van mensen die zich afvroegen of ze in de buurt was geweest (ze werkt ook als gids en is meerdere malen per week in de avonden rond die buurt te vinden). Net als gisterenavond is er vanavond weer een oepnluchtconcert net achter de plek waar het gebeurde. Het is kort geleden dat de tweede intifada plaatsvond en aanslagen bijna dagelijks het nieuws domineerden.
De beloofde optimistische alinea dan. Het weer is hier echt goed, mijn collega's zijn echt geweldig en de culturele kalender is ongelooflijk. Elke dag zijn er gratis tours, concerten, exposities en lezingen en er zijn oneindig veel nieuwe hippe koffiebars, winkels, cafes en restaurants. Mijn eerste kennismaking met dit straatbeeld was achterop de scooter op weg naar kantoor. De stad is niet ingericht op het verkeer van de eenentwintigste eeuw en de aanleg van een metrolijn legt het verkeer in de binnenstad bijna helemaal stil, waardoor een scooter geweldig is.
Gisterenavond heb ik ook de toeristische kant van de stad ontmoet, door aan te sluiten bij een gratis rondleiding door de oude stad: Een doolhof van volgepakte steegjes gecombineerd met overassertieve Amerikaanse vrouwen van middelbare leeftijd zorgde voor een indrukwekkende culturele belevenis.
Mijn volgende bijdrage hoop ik te schrijven vanuit de perfect gelegen kamer waar ik vanochtend ben wezen kijken. Jaloersmakende foto's volgen,
JoycevanuitJeruzalem
De aanslag werd gepleegd door een 19-jarige inwoner van Oost-Jeruzalem, met het weinig politieke motief van een onbeantwoorde liefde. De jongen werd kort voordat hij zijn BMW een groep Israelische militairen instuurde afgewezen, toen hij zijn nicht ten huwelijk vroeg. De gebeurtenis roept de vraag op onder welke voorwaarden iets een terroristische aanslag genoemd kan worden. Hoewel de internationale media het nieuws zo zullen brengen, waren niet burgers, maar militairen het doelwit en is het motief van de jongen niet politiek, maar persoonlijk. De dader was bovendien afkomstig uit een rijke, bekende en gerespecteerde familie.
Of het nu wel of geen terroristische daad was, de gebeurtenis heeft weinig impact op het leven in Jeruzalem. De collega waar ik tijdelijk bij verblijf kreeg 1 telefoontje en 1 sms van mensen die zich afvroegen of ze in de buurt was geweest (ze werkt ook als gids en is meerdere malen per week in de avonden rond die buurt te vinden). Net als gisterenavond is er vanavond weer een oepnluchtconcert net achter de plek waar het gebeurde. Het is kort geleden dat de tweede intifada plaatsvond en aanslagen bijna dagelijks het nieuws domineerden.
De beloofde optimistische alinea dan. Het weer is hier echt goed, mijn collega's zijn echt geweldig en de culturele kalender is ongelooflijk. Elke dag zijn er gratis tours, concerten, exposities en lezingen en er zijn oneindig veel nieuwe hippe koffiebars, winkels, cafes en restaurants. Mijn eerste kennismaking met dit straatbeeld was achterop de scooter op weg naar kantoor. De stad is niet ingericht op het verkeer van de eenentwintigste eeuw en de aanleg van een metrolijn legt het verkeer in de binnenstad bijna helemaal stil, waardoor een scooter geweldig is.
Gisterenavond heb ik ook de toeristische kant van de stad ontmoet, door aan te sluiten bij een gratis rondleiding door de oude stad: Een doolhof van volgepakte steegjes gecombineerd met overassertieve Amerikaanse vrouwen van middelbare leeftijd zorgde voor een indrukwekkende culturele belevenis.
Mijn volgende bijdrage hoop ik te schrijven vanuit de perfect gelegen kamer waar ik vanochtend ben wezen kijken. Jaloersmakende foto's volgen,
JoycevanuitJeruzalem
dinsdag 9 september 2008
Welkom op mijn blog! Vanaf 21 september woon ik in Jeruzalem en kan je me hier blijven volgen. OP 1 oktober gaat de website online waar ik me bezig ga houden. Hier vind je alvast een voorproefje van de videologs die hierop komen, waarin de Palestijnse groep zich voorstelt. De youtube-stream rechts in beeld bevat nu nog algemene filmpjes van één van de partnerorganisaties die aan de website bijdragen, maar zal bij je volgende bezoek bestaan uit video's van de Palestijnse en Israelische jongeren waar ik mee ga werken. Leuk dat je alvast hebt gekeken, surf nog eens langs als ik in Israel zit!
JoycevanuitUtrecht
JoycevanuitUtrecht
Abonneren op:
Posts (Atom)



